Er waait plots een vlaag van evolutie en vernieuwing door Leerhuis Brussel. Je kon de signalen al wel wat eerder opmerken, maar sinds vorige maandag is alles in een stroomversnelling geraakt. Zelf had ik twee weken geleden op de Schoolbijeenkomst een voorstel gedaan om het Juridisch Comité te hervormen. Ontevredenheid over de werking die al een tijd sudderde en inspiratie opgedaan in Sudbury Valley brachten mij ertoe. Los van mijn voorstel formuleerde één van onze studenten (13 j.) tijdens een JC-zitting plots scherpe, maar heldere kritiek op hoe het Juridisch Comité functioneert. Die twee impulsen samen resulteerden in plotse hectische activiteit met als inzet een beter omgaan met ordehandhaving en klachten binnen de school.
Er was heel wat te doen om de functie van JC-coördinator die officieel zou worden in het leven geroepen als het hervormingsvoorstel door de Schoolbijeenkomst zou raken. De coördinatorsfunctie (in Sudbury Valley heet het 'JC Clerk') houdt in dat je voor 2 maanden verkozen wordt door de Schoolbijeenkomst om in elk Juridisch Comité te zetelen en een sterke rol te spelen in de afhandeling van de klachten. In Sudbury Valley School zijn het steevast studenten die dit op zich nemen. Tot nu was er voor deze functie geen enkele animo bij onze studenten, ze beperkten zich ertoe te zetelen in het JC en soms was er ook de neiging een zo klein mogelijke rol erin te spelen. Stafleden namen doorgaans een officieuze coördinatorsrol op zich.
Maar opeens ... sloeg vorige week de vlam in de pan en doken er nadat de kritische student had verkondigd dat hij zo'n JC-coördinatorsfunctie wel zag zitten meteen andere kandidaten op. Studenten klitten samen in partijen met allerlei kleurtjes en gingen spontaan campagne voeren. Af en toe namen het showelement en de opwinding het over en niet alle kandidaten leken zich helemaal bewust van de inzet van de zaak.
Anderzijds boog een werkgroepje zich nog een keer ernstig over het voorliggende hervormingsvoorstel en formuleerde een aantal amendementen.
Op dinsdag werd er besloten een extra Schoolbijeenkomst te houden. Stafleden werden meegesleurd in de hele heisa en halsoverkop werd er een verkiezing gehouden waarbij enkele van de oudste studenten het haalden. Dat de JC-hervorming nog niet het fiat van de schoolgemeenschap had gekregen en de functie van JC-coördinator eigenlijk nog niet bestond, werd uit het oog verloren.
En dan werd het na een lang Hemelvaart-weekend weer maandag, vandaag dus. Nadat eerst enkele andere punten werden afgehandeld, stond het punt van de JC-hervorming op de agenda, een tekst van verschillende bladzijden waardoor het functioneren van het JC niet ten gronde zou veranderen, maar waardoor er wel ruimte zou komen voor een sterk vrijwillig engagement van studenten, een meer democratische grondslag en helderder procedures.
Punt na punt werd er gestemd over de tekst. Over sommige punten werden nog vinnige discussies gevoerd. Heel af en toe was er onrust wanneer jongere studenten moeite hadden om de finesses van de tekst te begrijpen, al bij al was de inbreng van de studenten bijzonder sterk. De motivatie om een vernieuwd JC te creëren dat één van de steunpilaren van de school zou vormen, was bij sommigen erg voelbaar. De Schoolbijeenkomst duurde uiteindelijk 3 uur. Herhaaldelijke voorstellen om pauzes in te lassen werden telkens bij stemming afgewezen, tot uiteindelijk de volledige JC-hervorming en de rest van de agenda waren afgewerkt. Hier en daar klonken zuchten van tevredenheid, en ook van uitputting.
Uiteindelijk werd zelfs beslist dat de verkiezing die vorige week werd gehouden, geen grond had en dat de procedure deze week volgens de pas gestemde regels zou worden overgedaan. De 'verkozen' studenten stelden dit zelf voor en gingen helemaal niet in het defensief toen er kritiek kwam op de gebeurtenissen van vorige week.
Mijn collega's - stafleden en ik hebben er een heel bijzondere Sudbury-week opzitten: we zagen het schoolconcept op een intense manier werken en 'kloppen', we zagen studenten die eerder zelden of nooit een Schoolbijeenkomst bijwoonden en soms met enige overreding moesten worden opgeroepen om hun rol in het Juridisch Comité behoorlijk te vervullen bijna van de ene op de andere dag veranderen in vurige pleiters en heldere denkers, we zagen enorme betrokkenheid om te zorgen voor een sterke school waar vrijheid samengaat met orde en discipline, en we waren ook getuige van regelrecht enthousiasme bij studenten van alle leeftijden, en dat allemaal over het rechtssysteem van een school. Voor mij toont het aan dat dit soort onderwijs af en toe kleine wonderen in petto heeft: bv. hoe jonge mensen na maanden en zelfs jaren van sudderen in oude gevoelens van machteloosheid en pijnlijke onverantwoordelijkheid die cocon plots kunnen afschudden en merkwaardig volwassen en verantwoordelijk uit de hoek kunnen komen.
En het verhaal is natuurlijk niet ten einde: er wacht ons een nieuwe verkiezing voor JC-coördinatoren en JC-secretaris en daarna zullen de verkozenen en het nieuwe JC-systeem moeten bewijzen wat ze waard zijn. Voorlopig geen kans op verveling dus.
maandag 25 mei 2009
dinsdag 12 mei 2009
'Als jullie nu eens ...'
Het overkwam me onlangs en niet voor het eerst : een lang gesprek met ouders die om een bezoek aan de school hadden gevraagd dat uitliep op het besluit 'ik denk niet dat het iets voor ons kind is'. In de meeste gevallen moet je dat vertalen als 'ik denk dat als mijn kind geen duidelijke structuur en een in het oog springend aanbod krijgt van volwassenen die voortdurend kijken hoe haar natuurlijke interesses aangewakkerd kunnen worden, ze op deze school niks gaat leren'. Vele ouders voelen zich aangetrokken tot wat ze in Sudbury-onderwijs menen te zien: vrijheid voor hun kind, op het eigen ritme mogen leren, respectvol behandeld worden, aandacht voor ieders individualiteit. Maar het grootste deel onder hen wil en verwacht ook dat volwassenen permanent als taak op zich nemen het leren in goede banen te leiden en dat in dat leren grosso modo alles vervat zit wat in een gewone school op het programma staat. Terwijl de simpele waarheid is dat dat niet is wat Sudbury-onderwijs biedt en evenmin wil beloven te bieden.
Heel wat potentiële interesse in het Leerhuis knapt af op de meestal onuitgesproken gedachte dat kinderen eigenlijk niet in staat zijn om verantwoordelijkheid voor hun leren te dragen. En ouders vinden meestal bevestiging voor die gedachte in hun ervaring met hun kind(eren).
'Als je hem aan zichzelf overlaat, zal hij alleen maar tv kijken'.
'Ze is zo goed in tekenen, maar elke keer wanneer ik voorstel om haar in te schrijven op de academie, zegt ze nee'.
'Hij heeft al alle mogelijke sporten beoefend, maar nergens zet hij door, na een jaartje taekwondo wil hij gaan tennissen en daarna weer iets anders.'
'Ze vindt school wel ok, maar als ik niet elke avond naast haar ga zitten, komt er van het huiswerk niks terecht. Hoe zou ze hier dan opeens uit zichzelf gaan leren?'
'Als mijn kind niet weet dat er zoiets bestaat als procentberekening kan hij dat toch niet leren? Dat moet je ze toch aanreiken?'.
Ik kan er nog wel meer uit mijn mouw schudden, maar het geeft een idee, denk ik. Heel veel ouders hebben een gefixeerd beeld over kinderen dat zo gegroeid is doordat ze altijd alleen maar kinderen hebben geobserveerd die onder dwang een door volwassenen opgesteld lesprogramma moeten afwerken, daar doorgaans weinig vreugde aan beleven en allerlei copingmechanismen ontwikkelen om het voor zichzelf draagbaar te maken.
Bovendien hangen velen vast aan een even gefixeerd beeld over wat leren is. Logisch natuurlijk als je er zelf 15 à 20 jaar traditionele scholing hebt opzitten. Soms maakt het mensen bijna blind. Na een rondgang door ons schoolgebouw zeggen ze: 'Ja, maar als er nu ook echt leermateriaal was', waarna blijkt dat de rekenboekjes en de pedagogisch verantwoorde gezelschapsspellen die ze bedoelen stuk voor stuk in onze rekken staan.
Dan denk ik wel eens: 'Lieve ouder, staar je niet blind op materiaal. Het is niet omdat deze ene leesmethode waarover een rist deskundigen zich het hoofd gebroken hebben of gene kleurige, de fijne motoriek stimulerende bouwsteentjes in onze school ontbreken, dat de kansen op leren voor je kind in het gedrang komen'. We zouden het soms zo graag willen, dat het unieke pakketje in de aanbieding was waarmee we ons ervan zouden kunnen verzekeren dat ons kind alles zal leren wat het nodig heeft. De realiteit is dat het niet bestaat, dat leren en leven veel te complex zijn en mensen veel te verschillend. Dat kinderen vaak het pedagogisch verantwoorde materiaal wegens te eenduidig en dus saai terzijde laten liggen en letterlijk overal hun eigen interessantere leermateriaal weten te vinden.
Maar het gaat niet alleen over materiaal. Het gaat ook over de persoonlijke agenda's van volwassenen waarvan ze vinden dat de school ze zou moeten uitvoeren. Velen van ons denken dat onze eigen stokpaardjes behoren tot het standaardpakket dat kinderen en jongeren 'moeten hebben gehad'. Dikwijls gaat het om vaardigheden of kennis die in onze werksfeer van belang zijn, of pijnlijker, interesses die we zelf niet tenvolle hebben kunnen nastreven. Ik was er ook niet vrij van : dat wellicht geen van mijn kinderen ooit een fanatieke lezer wordt of iets met muziek gaat doen, zijn enkele demoontjes die ik zelf heb moeten uitbannen.
Het is ook zo dat vele kinderen een interesseveld hebben dat niet bepaald is door het typische denken van volwassenen in zinvolle kennisterreinen en dat deze laatsten daarom als oninteressant of zelfs waardeloos afdoen.
Neem een paar lukraak gekozen interesses van de studenten van het Leerhuis:
- Japanse anime-series
- de dagboeken van Kurt Cobain
- dieren in alle maten en soorten (knuffeldieren, plastic diertjes, dieren tekenen en kleien, fantasiespel met speelgoeddieren)
- gezichten op tijdschriftfoto's transformeren door er allerlei details bij te tekenen
- brood en gebak maken
- make-up en nagellak
- dialogen uit films onthouden
- korte grappige versjes schrijven
- populaire popsongs op de piano leren spelen
- World of Warcraft
Het jammere is dat hopen volwassenen na deze opsomming besluiten dat onze studenten 'niks doen'. En nog erger: niks leren. En dat ze wel zouden leren als ze uit eigen beweging in een door ons aangeboden cursus hedendaagse geschiedenis of creatief schrijven zaten of het ene stimulerende spel na het andere van de goedgevulde planken zouden pakken. Mijn conclusie is dat deze door vele ouders zo vurig gewenste vorm van leren door de meeste kinderen en jongeren enkel vertoond wordt in een omgeving waar ofwel openlijke dwang wordt gebruikt ofwel een subtielere vorm van beïnvloeden - ik noem het manipuleren - wordt ingezet. Die laatste aanpak vind ik trouwens schadelijker, want het brengt een kind ertoe te denken dat de keuze die het gemaakt heeft zijn eigen keuze is, terwijl dat niet zo is.
Wie kiest voor Sudbury moet het doen met ongepolijst leren: soms chaotisch, soms onzichtbaar, soms onbegrijpelijk, soms adembenemend mooi in zijn intensiteit en uniciteit. En zijn kind het cadeau gunnen om dit échte leren elk moment van de dag te beoefenen.
Heel wat potentiële interesse in het Leerhuis knapt af op de meestal onuitgesproken gedachte dat kinderen eigenlijk niet in staat zijn om verantwoordelijkheid voor hun leren te dragen. En ouders vinden meestal bevestiging voor die gedachte in hun ervaring met hun kind(eren).
'Als je hem aan zichzelf overlaat, zal hij alleen maar tv kijken'.
'Ze is zo goed in tekenen, maar elke keer wanneer ik voorstel om haar in te schrijven op de academie, zegt ze nee'.
'Hij heeft al alle mogelijke sporten beoefend, maar nergens zet hij door, na een jaartje taekwondo wil hij gaan tennissen en daarna weer iets anders.'
'Ze vindt school wel ok, maar als ik niet elke avond naast haar ga zitten, komt er van het huiswerk niks terecht. Hoe zou ze hier dan opeens uit zichzelf gaan leren?'
'Als mijn kind niet weet dat er zoiets bestaat als procentberekening kan hij dat toch niet leren? Dat moet je ze toch aanreiken?'.
Ik kan er nog wel meer uit mijn mouw schudden, maar het geeft een idee, denk ik. Heel veel ouders hebben een gefixeerd beeld over kinderen dat zo gegroeid is doordat ze altijd alleen maar kinderen hebben geobserveerd die onder dwang een door volwassenen opgesteld lesprogramma moeten afwerken, daar doorgaans weinig vreugde aan beleven en allerlei copingmechanismen ontwikkelen om het voor zichzelf draagbaar te maken.
Bovendien hangen velen vast aan een even gefixeerd beeld over wat leren is. Logisch natuurlijk als je er zelf 15 à 20 jaar traditionele scholing hebt opzitten. Soms maakt het mensen bijna blind. Na een rondgang door ons schoolgebouw zeggen ze: 'Ja, maar als er nu ook echt leermateriaal was', waarna blijkt dat de rekenboekjes en de pedagogisch verantwoorde gezelschapsspellen die ze bedoelen stuk voor stuk in onze rekken staan.
Dan denk ik wel eens: 'Lieve ouder, staar je niet blind op materiaal. Het is niet omdat deze ene leesmethode waarover een rist deskundigen zich het hoofd gebroken hebben of gene kleurige, de fijne motoriek stimulerende bouwsteentjes in onze school ontbreken, dat de kansen op leren voor je kind in het gedrang komen'. We zouden het soms zo graag willen, dat het unieke pakketje in de aanbieding was waarmee we ons ervan zouden kunnen verzekeren dat ons kind alles zal leren wat het nodig heeft. De realiteit is dat het niet bestaat, dat leren en leven veel te complex zijn en mensen veel te verschillend. Dat kinderen vaak het pedagogisch verantwoorde materiaal wegens te eenduidig en dus saai terzijde laten liggen en letterlijk overal hun eigen interessantere leermateriaal weten te vinden.
Maar het gaat niet alleen over materiaal. Het gaat ook over de persoonlijke agenda's van volwassenen waarvan ze vinden dat de school ze zou moeten uitvoeren. Velen van ons denken dat onze eigen stokpaardjes behoren tot het standaardpakket dat kinderen en jongeren 'moeten hebben gehad'. Dikwijls gaat het om vaardigheden of kennis die in onze werksfeer van belang zijn, of pijnlijker, interesses die we zelf niet tenvolle hebben kunnen nastreven. Ik was er ook niet vrij van : dat wellicht geen van mijn kinderen ooit een fanatieke lezer wordt of iets met muziek gaat doen, zijn enkele demoontjes die ik zelf heb moeten uitbannen.
Het is ook zo dat vele kinderen een interesseveld hebben dat niet bepaald is door het typische denken van volwassenen in zinvolle kennisterreinen en dat deze laatsten daarom als oninteressant of zelfs waardeloos afdoen.
Neem een paar lukraak gekozen interesses van de studenten van het Leerhuis:
- Japanse anime-series
- de dagboeken van Kurt Cobain
- dieren in alle maten en soorten (knuffeldieren, plastic diertjes, dieren tekenen en kleien, fantasiespel met speelgoeddieren)
- gezichten op tijdschriftfoto's transformeren door er allerlei details bij te tekenen
- brood en gebak maken
- make-up en nagellak
- dialogen uit films onthouden
- korte grappige versjes schrijven
- populaire popsongs op de piano leren spelen
- World of Warcraft
Het jammere is dat hopen volwassenen na deze opsomming besluiten dat onze studenten 'niks doen'. En nog erger: niks leren. En dat ze wel zouden leren als ze uit eigen beweging in een door ons aangeboden cursus hedendaagse geschiedenis of creatief schrijven zaten of het ene stimulerende spel na het andere van de goedgevulde planken zouden pakken. Mijn conclusie is dat deze door vele ouders zo vurig gewenste vorm van leren door de meeste kinderen en jongeren enkel vertoond wordt in een omgeving waar ofwel openlijke dwang wordt gebruikt ofwel een subtielere vorm van beïnvloeden - ik noem het manipuleren - wordt ingezet. Die laatste aanpak vind ik trouwens schadelijker, want het brengt een kind ertoe te denken dat de keuze die het gemaakt heeft zijn eigen keuze is, terwijl dat niet zo is.
Wie kiest voor Sudbury moet het doen met ongepolijst leren: soms chaotisch, soms onzichtbaar, soms onbegrijpelijk, soms adembenemend mooi in zijn intensiteit en uniciteit. En zijn kind het cadeau gunnen om dit échte leren elk moment van de dag te beoefenen.
zondag 3 mei 2009
Prioriteiten
Ik heb net 'Free at Last' van Daniel Greenberg uitgelezen. Veel van wat ik erin vind, is mij erg vertrouwd, maar toch vallen er soms opeens paragrafen op die na twee jaar eigen Sudbury-ervaring een bijzondere resonantie krijgen. Deze bijvoorbeeld:
'We hebben het nooit als onze missie beschouwd om onze studenten te entertainen, ze te 'inspireren', ze ertoe te verleiden om te leren wat ze 'zouden moeten' leren. We hebben nooit vrolijkheid en geluk bovenaan ons prioriteitenlijstje gezet. In Sudbury Valley vinden we blootstelling aan realiteit belangrijker. Voor leren en groei zijn de dagelijkse strijd, de teleurstellingen, frustraties en mislukkingen net zo essentieel, zelfs essentiëler, dan het geluk en de tevredenheid die anderen zoeken.'
(Vertaald uit 'Free at Last', p. 101).
Hier kom ik zeker nog op terug.
'We hebben het nooit als onze missie beschouwd om onze studenten te entertainen, ze te 'inspireren', ze ertoe te verleiden om te leren wat ze 'zouden moeten' leren. We hebben nooit vrolijkheid en geluk bovenaan ons prioriteitenlijstje gezet. In Sudbury Valley vinden we blootstelling aan realiteit belangrijker. Voor leren en groei zijn de dagelijkse strijd, de teleurstellingen, frustraties en mislukkingen net zo essentieel, zelfs essentiëler, dan het geluk en de tevredenheid die anderen zoeken.'
(Vertaald uit 'Free at Last', p. 101).
Hier kom ik zeker nog op terug.
vrijdag 1 mei 2009
Kiezen, complexer dan je denkt
Kiezen, Sudbury-onderwijs is ervan doordrongen. Je kan het beschouwen als een permanente bewuste en onbewuste keuzetraining. In het gewone onderwijs is het geen vak en ook binnen de gebruikelijke vakken komt het weinig aan bod. Ik herinner me van de tijd dat mijn eigen kinderen op gewone en licht alternatieve scholen zaten dat keuze zich doorgaans beperkte tot de vraag of je je contractwerk op dinsdag al af had of het op vrijdag nog snel moest afhaspelen, of je een nieuwjaarsbrief met engeltjes of met besneeuwde kerstbomen wou - de optie 'geen nieuwjaarsbrief' behoorde helaas niet tot de mogelijkheden - en later of het in het 1e middelbaar moderne of Latijnse werd. Tot daar de keuzes.
Van jonge mensen wordt vaak gedacht dat ze niet in staat zijn om voor zichzelf keuzes te maken, of toch niet de zo belangrijke keuze wat ze zullen leren of doen op school. Er wordt van uitgegaan dat ze de gemakkelijkste weg zullen kiezen en heel veel dingen zullen gemist hebben aan het eind van hun studietijd. Anderzijds wordt er wel impliciet verondersteld dat iemand die de volwassen leeftijd heeft bereikt - ondanks het gebrek aan doorgedreven oefening in keuzes maken - perfect in staat is om alle belangrijke beslissingen te nemen waar een leven als volwassene je voor stelt. Onlogisch, als je het mij vraagt.
Kiezen wordt binnen Sudbury-onderwijs verheven tot een kunst die voortdurend moet worden be- en geoefend. En het gaat dan niet alleen om de grove keuzes van: waar hou ik me vandaag zoal mee bezig, ga ik naar buiten of blijf ik binnen, wanneer eet ik, met wie wil ik tijd doorbrengen? Elke grove keuze splitst zich op in een fijnmazig net van talloze kleinere keuzes. Er is immers geen enkele 'voorgeprogrammeerdheid' in de zin van een vast lessenrooster, een klasindeling die je ertoe veroordeelt het grootste deel van de dag met leeftijdsgenoten door te brengen en een dagritme waarbij leren, - of beter, onderwezen worden - vrije tijd en eten elkaar onverbiddelijk opvolgen, zin of geen zin, honger of geen honger.
Een eerste categorie van keuzes betreft het terrein van activiteiten. Beslist een Sudbury-student bv. om tijd door te brengen in de crearuimte, dan volgt daar een hele resem keuzes op: ga ik kleien, tekenen, met waterverf schilderen, met parels werken of nog wat anders, ben ik een half uur of een halve dag bezig, wat voor onderwerp kies ik om te tekenen/ kleien/ schilderen en hoe werk ik het uit, splits ik mijn creatief proces op in stukjes gespreid over de dag of meerdere dagen of werk ik het in één ruk af enz. enz. Een groot deel daarvan gaat onbewuster dan ik het hier heb opgesomd, maar onvermijdelijk zitten al deze keuzes erin vervat. En zo gaat het voor elke activiteit die in één schooldag wordt ondernomen.
Een tweede domein van keuzes maken gaat over het sociale: met wie ga ik dingen doen, met wie ga ik praten, is leuk gezelschap belangrijker voor me dan 100 % van de tijd datgene doen waar ik mijn zinnen op gezet heb, hou ik me meestal met dezelfde vertrouwde mensen bezig of probeer ik ook eens iemand te leren kennen met wie ik eerder weinig contact had, die een stuk jonger of ouder is dan ik, als ik iets in een ruimte ga doen, ga ik dan gezellig aansluiten bij iemand die er al zit of kies ik ergens een plekje in mijn eentje, als ik hulp of feedback nodig heb, vraag ik die dan aan een staflid of een medestudent, etc.
Een derde vorm van kiezen betreft het mee besturen van de schoolgemeenschap. Ga ik naar de wekelijkse schoolbijeenkomst - een keuze die week na week opnieuw moet worden gemaakt -, indien ja neem ik actief deel aan discussies of beperk ik me tot de momenten van stemming, wanneer ik in het Juridisch Comité zetel ben ik dan een actief lid of observeer ik eerder en laat ik anderen het proces bepalen, stel ik me kandidaat voor bepaalde verkozen functies, enz.
Een laatste terrein van keuzes maken heeft specifiek betrekking op leerprocessen (hoewel het domein van activiteiten, het sociale domein en het bestuursdomein op zich natuurlijk ook vol leerprocessen zitten). Dat gaat dan over: welke elementen waarover ik meer wil weten, pik ik uit de zee van kennis die voortdurend rond mij deint, welke vragen stel ik erover en aan wie, hoe diepgaand is de kennis die ik wil, wanneer is het goeie moment om iets te leren, laat ik bepaalde kennis of een competentie die ik wil verwerven eerst een tijdje in de lucht hangen omdat ze me ook afschrikt of ga ik er recht op af, welke middelen gebruik ik om mijn doel te bereiken etc.
Als je het zo bekijkt is kiezen ontzettend complex. Het vereist vaardigheden die betrekking hebben op iemands totale persoon en het draagt zo bij tot de vorming van de hele persoonlijkheid. In kiezen:
- wordt de eigen individualiteit geëxploreerd en opgebouwd.
- worden haalbaarheid en grenzen afgetast.
- wordt verbinding met anderen in de hand gewerkt.
- ontstaat zelfkennis en vertrouwen.
Het klinkt abstract maar misschien kan ik het met een eenvoudig voorbeeld dat me deze week in het Leerhuis opviel, illustreren.
Eén van onze jongste studenten besloot te kleien. Hij begon aan een constructie die alsmaar ingewikkelder werd en liet weten dat het een zwembad was. Ergens halverwege besloot hij dat het een restaurant werd, maar later liet hij dit idee los en bleef het toch een zwembad. (= expressie van zijn individualiteit).
Op sommige momenten moest hij technische moeilijkheden overwinnen: hoe dicht ik gaatjes in mijn bouwwerk, hoe zorg ik dat het overeind blijft, hoe repareer ik een breuk in klei die al opgedroogd is, hoe verplaats ik het geheel? (= aftasten van haalbaarheid en grenzen).
Een ander kind werd aangetrokken tot zijn bezigheden, begon ook te kleien en leverde een eigen bijdrage aan het zwembad. Hierover ontstond gesprek en uitwisseling (= verbinding vormen).
Na enkele werksessies was het zwembad af, de student had ontdekt dat hij zijn project tot een goed einde kon brengen en was er tevreden over. (= zelfkennis en vertrouwen).
Wie voor het eerst hoort over Sudbury-scholen betwijfelt soms of je er iets leert, of kinderen er niet lui en dom worden. Leren door kiezen is één van die - dikwijls grotendeels onzichtbare, maar heel krachtige - bronnen van leren die Sudbury-onderwijs rijk is.
Van jonge mensen wordt vaak gedacht dat ze niet in staat zijn om voor zichzelf keuzes te maken, of toch niet de zo belangrijke keuze wat ze zullen leren of doen op school. Er wordt van uitgegaan dat ze de gemakkelijkste weg zullen kiezen en heel veel dingen zullen gemist hebben aan het eind van hun studietijd. Anderzijds wordt er wel impliciet verondersteld dat iemand die de volwassen leeftijd heeft bereikt - ondanks het gebrek aan doorgedreven oefening in keuzes maken - perfect in staat is om alle belangrijke beslissingen te nemen waar een leven als volwassene je voor stelt. Onlogisch, als je het mij vraagt.
Kiezen wordt binnen Sudbury-onderwijs verheven tot een kunst die voortdurend moet worden be- en geoefend. En het gaat dan niet alleen om de grove keuzes van: waar hou ik me vandaag zoal mee bezig, ga ik naar buiten of blijf ik binnen, wanneer eet ik, met wie wil ik tijd doorbrengen? Elke grove keuze splitst zich op in een fijnmazig net van talloze kleinere keuzes. Er is immers geen enkele 'voorgeprogrammeerdheid' in de zin van een vast lessenrooster, een klasindeling die je ertoe veroordeelt het grootste deel van de dag met leeftijdsgenoten door te brengen en een dagritme waarbij leren, - of beter, onderwezen worden - vrije tijd en eten elkaar onverbiddelijk opvolgen, zin of geen zin, honger of geen honger.
Een eerste categorie van keuzes betreft het terrein van activiteiten. Beslist een Sudbury-student bv. om tijd door te brengen in de crearuimte, dan volgt daar een hele resem keuzes op: ga ik kleien, tekenen, met waterverf schilderen, met parels werken of nog wat anders, ben ik een half uur of een halve dag bezig, wat voor onderwerp kies ik om te tekenen/ kleien/ schilderen en hoe werk ik het uit, splits ik mijn creatief proces op in stukjes gespreid over de dag of meerdere dagen of werk ik het in één ruk af enz. enz. Een groot deel daarvan gaat onbewuster dan ik het hier heb opgesomd, maar onvermijdelijk zitten al deze keuzes erin vervat. En zo gaat het voor elke activiteit die in één schooldag wordt ondernomen.
Een tweede domein van keuzes maken gaat over het sociale: met wie ga ik dingen doen, met wie ga ik praten, is leuk gezelschap belangrijker voor me dan 100 % van de tijd datgene doen waar ik mijn zinnen op gezet heb, hou ik me meestal met dezelfde vertrouwde mensen bezig of probeer ik ook eens iemand te leren kennen met wie ik eerder weinig contact had, die een stuk jonger of ouder is dan ik, als ik iets in een ruimte ga doen, ga ik dan gezellig aansluiten bij iemand die er al zit of kies ik ergens een plekje in mijn eentje, als ik hulp of feedback nodig heb, vraag ik die dan aan een staflid of een medestudent, etc.
Een derde vorm van kiezen betreft het mee besturen van de schoolgemeenschap. Ga ik naar de wekelijkse schoolbijeenkomst - een keuze die week na week opnieuw moet worden gemaakt -, indien ja neem ik actief deel aan discussies of beperk ik me tot de momenten van stemming, wanneer ik in het Juridisch Comité zetel ben ik dan een actief lid of observeer ik eerder en laat ik anderen het proces bepalen, stel ik me kandidaat voor bepaalde verkozen functies, enz.
Een laatste terrein van keuzes maken heeft specifiek betrekking op leerprocessen (hoewel het domein van activiteiten, het sociale domein en het bestuursdomein op zich natuurlijk ook vol leerprocessen zitten). Dat gaat dan over: welke elementen waarover ik meer wil weten, pik ik uit de zee van kennis die voortdurend rond mij deint, welke vragen stel ik erover en aan wie, hoe diepgaand is de kennis die ik wil, wanneer is het goeie moment om iets te leren, laat ik bepaalde kennis of een competentie die ik wil verwerven eerst een tijdje in de lucht hangen omdat ze me ook afschrikt of ga ik er recht op af, welke middelen gebruik ik om mijn doel te bereiken etc.
Als je het zo bekijkt is kiezen ontzettend complex. Het vereist vaardigheden die betrekking hebben op iemands totale persoon en het draagt zo bij tot de vorming van de hele persoonlijkheid. In kiezen:
- wordt de eigen individualiteit geëxploreerd en opgebouwd.
- worden haalbaarheid en grenzen afgetast.
- wordt verbinding met anderen in de hand gewerkt.
- ontstaat zelfkennis en vertrouwen.
Het klinkt abstract maar misschien kan ik het met een eenvoudig voorbeeld dat me deze week in het Leerhuis opviel, illustreren.
Eén van onze jongste studenten besloot te kleien. Hij begon aan een constructie die alsmaar ingewikkelder werd en liet weten dat het een zwembad was. Ergens halverwege besloot hij dat het een restaurant werd, maar later liet hij dit idee los en bleef het toch een zwembad. (= expressie van zijn individualiteit).
Op sommige momenten moest hij technische moeilijkheden overwinnen: hoe dicht ik gaatjes in mijn bouwwerk, hoe zorg ik dat het overeind blijft, hoe repareer ik een breuk in klei die al opgedroogd is, hoe verplaats ik het geheel? (= aftasten van haalbaarheid en grenzen).
Een ander kind werd aangetrokken tot zijn bezigheden, begon ook te kleien en leverde een eigen bijdrage aan het zwembad. Hierover ontstond gesprek en uitwisseling (= verbinding vormen).
Na enkele werksessies was het zwembad af, de student had ontdekt dat hij zijn project tot een goed einde kon brengen en was er tevreden over. (= zelfkennis en vertrouwen).
Wie voor het eerst hoort over Sudbury-scholen betwijfelt soms of je er iets leert, of kinderen er niet lui en dom worden. Leren door kiezen is één van die - dikwijls grotendeels onzichtbare, maar heel krachtige - bronnen van leren die Sudbury-onderwijs rijk is.
maandag 27 april 2009
Wegens succes verlengd!
Een weekje verder, veilig weer thuis en opnieuw helemaal ondergedompeld in Leerhuis Brussel, zo staan de zaken ervoor. Ik kan me niet langer uitgeven voor staflid Sandra, live from Sudbury Valley, dus wat met deze blog? Hij heeft heel wat reactie losgemaakt, mensen mailden me, spraken me aan, stuurden de link door naar anderen. En ik hou ervan om hem te schrijven. Dus ... lijkt het logisch om ermee door te gaan. Voortaan live uit het Leerhuis. Maar ... er is een grote maar. Een blog in het Nederlands schrijven over een Amerikaanse school op enkele duizenden kilometers van Vlaanderen is heel wat anders dan elke geïnteresseerde een inkijkje geven in een initiatief waar je zelf middenin zit, waarbij stafleden en studenten herkenbaar kunnen zijn, zelfs al noem je hun namen niet. Dat voelt niet helemaal koosjer. Als staflid heb ik het vertrouwen van mijn collega's en van de studenten en dat wil ik natuurlijk niet zomaar te grabbel gooien. Het leek me wijs om het even aan te kaarten binnen de schoolgemeenschap, dus vandaag kwam het op de agenda van de Schoolbijeenkomst (dit is onze benaming voor wat in Sudbury Valley 'School Meeting' heet). Vooral de mening van de studenten leek me van doorslaggevend belang. Wat bleek: ze hebben weinig angst dat hun privacy zal worden geschonden en als ik niet te veel in detail rapporteer over hun doen en laten op school krijg ik carte blanche om deze blog verder te zetten.
Waarschijnlijk zal het erop neerkomen dat ik zelf een grotere discretie aan de dag zal leggen over het schoolgebeuren dan zij nodig achten. Binnengluren in het Juridisch Comité op dinsdag en vrijdag of getuige zijn van de geweldige evolutie van student x of y kan ik jullie dus niet beloven, wel wat mijn aanwezigheid in het Leerhuis oproept aan reflectie over Sudbury-onderwijs, leren, opgroeien in vrijheid en verantwoordelijkheid. Het zal wellicht een evenwichtsoefening worden af en toe, want reflectie is natuurlijk gebaseerd op concrete ervaringen en observaties. Maar ook als volwassenen zijn we het gewend leerprocessen door te maken in het Leerhuis. Ik heb er alle vertrouwen in.
Waarschijnlijk zal het erop neerkomen dat ik zelf een grotere discretie aan de dag zal leggen over het schoolgebeuren dan zij nodig achten. Binnengluren in het Juridisch Comité op dinsdag en vrijdag of getuige zijn van de geweldige evolutie van student x of y kan ik jullie dus niet beloven, wel wat mijn aanwezigheid in het Leerhuis oproept aan reflectie over Sudbury-onderwijs, leren, opgroeien in vrijheid en verantwoordelijkheid. Het zal wellicht een evenwichtsoefening worden af en toe, want reflectie is natuurlijk gebaseerd op concrete ervaringen en observaties. Maar ook als volwassenen zijn we het gewend leerprocessen door te maken in het Leerhuis. Ik heb er alle vertrouwen in.
zaterdag 18 april 2009
Stafleden: soms overbodig, toch nodig
Wanneer je de kinderen in Sudbury Valley urenlang buiten ziet spelen, op de schommels, fietsend, rennend, wanneer je door de centrale zitruimte stapt waar voortdurend groepjes jongeren in geanimeerde gesprekken hun kijk op 1001 onderwerpen bijstellen, dan weet je het wel: jonge mensen kunnen perfect opgroeien zonder dat ze de hele tijd omkaderd en omringd worden door volwassenen. Stafleden zijn erg betrokken, maar vaak zijn ze ook een flink stuk van de schooldag afwezig in het leven van een kind. Omdat het volledig opgaat in spel met andere kinderen waarbij een volwassene in de weg zou lopen of de boel overnemen. Omdat het alleen en in gedachten verzonken over de grasvelden slentert en geen gezelschap hoeft.
Voor volwassenen die gewend zijn om te sturen, begeleiden en stimuleren is dit onthutsend, frustrerend, confronterend. Maar het is wel zo. Volwassenen nemen in Sudbury Valley enerzijds een belangrijke rol op zich als rolmodellen en bewakers van het schoolconcept. In de School Meeting en het Juridisch Comite bijvoorbeeld merk je dat stafleden niet de leiding op zich nemen, maar wel aan een soort procesbewaking doen. Dikwijls zijn het hun kritische vragen en opmerkingen die voor een sfeer van alertheid en reflectie zorgen.
Anderzijds stellen ze zich bescheiden op. 'Hoe ze leren lezen? We weten het niet', zegt 1 van de stafleden. Eigenlijk onderscheidt Sudbury-onderwijs zich op dit punt van het gros van de methodescholen. Meestal wordt er in methode-onderwijs uitgegaan van een visie op leren die erin bestaat dat we precies weten hoe kinderen leren, wat ze wanneer behoren te leren en welke methodieken en materiaal gebruikt moeten worden om dit te stimuleren. Sudbury-onderwijs gaat uit van de gedachte dat we niet weten hoe een kind leert en wat het moet leren, en dat het kind dit zelf bewust of onbewust weet. Sudbury kan je daarom misschien de methodeschool zonder methode noemen. Durven vertrekken van niet-weten in een tijd waarin voor alles liefst harde wetenschappelijke bewijzen op tafel komen wil je ernstig genomen worden, vergt veel moed. Gelukkig vormen de rijpheid van de adolescenten die deze school buitenstappen en de succesvolle levens die de meesten elk op hun manier leiden, het wandelende bewijs.
Voor volwassenen die gewend zijn om te sturen, begeleiden en stimuleren is dit onthutsend, frustrerend, confronterend. Maar het is wel zo. Volwassenen nemen in Sudbury Valley enerzijds een belangrijke rol op zich als rolmodellen en bewakers van het schoolconcept. In de School Meeting en het Juridisch Comite bijvoorbeeld merk je dat stafleden niet de leiding op zich nemen, maar wel aan een soort procesbewaking doen. Dikwijls zijn het hun kritische vragen en opmerkingen die voor een sfeer van alertheid en reflectie zorgen.
Anderzijds stellen ze zich bescheiden op. 'Hoe ze leren lezen? We weten het niet', zegt 1 van de stafleden. Eigenlijk onderscheidt Sudbury-onderwijs zich op dit punt van het gros van de methodescholen. Meestal wordt er in methode-onderwijs uitgegaan van een visie op leren die erin bestaat dat we precies weten hoe kinderen leren, wat ze wanneer behoren te leren en welke methodieken en materiaal gebruikt moeten worden om dit te stimuleren. Sudbury-onderwijs gaat uit van de gedachte dat we niet weten hoe een kind leert en wat het moet leren, en dat het kind dit zelf bewust of onbewust weet. Sudbury kan je daarom misschien de methodeschool zonder methode noemen. Durven vertrekken van niet-weten in een tijd waarin voor alles liefst harde wetenschappelijke bewijzen op tafel komen wil je ernstig genomen worden, vergt veel moed. Gelukkig vormen de rijpheid van de adolescenten die deze school buitenstappen en de succesvolle levens die de meesten elk op hun manier leiden, het wandelende bewijs.
donderdag 16 april 2009
Vergader-marathon
Nog zoiets: in een Sudbury-school weet je nooit van tevoren wat de dag zal brengen. Mij bracht-ie vandaag de ene vergadering na de andere.
Vergadering 1 was het obligate Juridisch Comite. Dat begint stilaan te wennen, behalve dan de voedingswaren die er elke dag worden binnengebracht: na de paaskuikentjes van suiker van gisteren waren het vandaag warme kaassandwiches met augurken em chips erbij die de 'Music Corporation' verkocht om geld in te zamelen. In de school zijn allerlei Corporations actief, dit zijn groepen van studenten en stafleden die eenzelfde interesse delen, regels opstellen over het gebruik van materiaal en ruimtes die verbonden zijn aan die interesse en geld inzamelen of aan de School Meeting vragen om nieuw materiaal te kopen en activiteiten te organiseren. De Music Corporation doet elke week aan fundraising, muziekinstrumenten kosten handenvol geld en de school heeft op dit vlak faciliteiten om u tegen te zeggen: een kleine opnamestudio en een repetitieruimte die volledig geluiddicht zijn gemaakt, een groot drumstel, elektrische en akoestische gitaren, kleinere percussie-instrumenten enz. Dit is het mekka van een aantal door muziek gebeten tieners en ook jongere kinderen en een staflid. Ze schrijven zelf liedjes, maken opnames en geven af en toe optredens voor de school en de ouders.
Vergadering 2: de School Meeting, die vandaag door een 40-tal studenten en stafleden werd bijgewoond. Na de uitzonderlijke Meeting eerder op de week keek ik uit naar het vervolg van de diefstalaffaire. Zou er besloten worden dat bij een nieuw geval van diefstal van een bijzonder waardevol voorwerp het mogelijk zou zijn dat een Comite van studenten en stafleden de persoonlijke bezittingen van leden van de schoolgemeenschap zou kunnen doorzoeken om de zaak zo snel mogelijk op te lossen zonder tussenkomst van de politie? Ik verwachtte dat er een grote opkomst zou zijn voor dit punt en dat het een flinke discussie zou vergen voor het tot stemming zou komen. Verrassend genoeg bleek dat niet het geval. De vergadering liep al op haar eind toen het punt behandeld werd, het aantal deelnemers was flink uitgedund ten opzichte van het begin en het punt werd zonder dat er nog veel nieuwe argumenten aangebracht werden, goedgekeurd. Iedereen leek zich erbij neer te leggen dat enige persoonlijke vrijheid opgeven en in een uitzonderlijk geval door een medestudent of staflid gefouilleerd worden ruimschoots te verkiezen is boven een politie-interventie op school.
Waar kroop dan wel alle tijd in van deze 2 en een half uur durende bijeenkomst? Tot mijn verrassing werd het grootste deel opgesoupeerd door het wekelijkse verslag van het Juridisch Comite en zaken die ermee samenhingen. Ik kwam tot de vaststelling dat dit geenszins een formaliteit is. Zoals ik gisteren al aangaf kan de Schoolbijeenkomst beslissingen van het Comite in vraag stellen en dat gebeurde ook effectief. Een staflid vond dat het ongehoord was dat de jongen die een meisje herhaaldelijk met grove seksistische opmerkingen lastiggevallen had - een zaak die ik gisteren vermeldde - er zo licht vanaf kwam. Na heel wat discussie draaide het erop uit dat de jongen voor onbepaalde tijd geschorst werd. Schorsing - voor een dag, enkele dagen, onbepaalde tijd, soms zelfs tot het einde van het schooljaar - is in Sudbury-scholen een veel gebruikte manier om een lid van de schoolgemeenschap duidelijk te maken: 'dit is een brug te ver, als je je op deze manier gedraagt, kan je geen deel uitmaken van de gemeenschap, maak gebruik van de tijd die we je opleggen om na te denken of je echt voor deze school kiest en kom ons dan vertellen hoe je het denkt aan te pakken'. Voor een geschorste student kan terugkomen is er een gesprek met ouders en student nodig, dat wordt geleid door een staflid en een oudere student. Bovendien moet de student in sommige gevallen ook zijn of haar terugkeer bepleiten bij de School Meeting.
Wat mij in deze vergadering trof is de enorme zorg en betrokkenheid om zowel het welzijn en voortbestaan van de gemeenschap als het welzijn en de ontwikkeling van de student. De opmerkingen die mensen hadden over de door het JC opgelegde sancties leken totaal niet ingegeven door de behoefte om iemand zwaar te straffen of door een soort wraakzucht, wel door de bekommernis dat de school een veilige en aangename plek zou blijven en de student in kwestie zou leren wat aanvaardbaar gedrag is in een gemeenschap. Dit bleek uit allerlei dingen: wanneer een sanctie te licht werd bevonden, deden telkens verschillende mensen een voorstel voor een alternatief en omkleedden dat zorgvuldig met argumenten; er werd ernstig nagedacht over wie de beste keuze zou zijn uit de stafleden en de studenten om het terugkeergesprek na schorsing te leiden. Voor de grofgebekte student werd het bijvoorbeeld belangrijk gevonden dat er een oudere studente bij dit gesprek zou zijn.
Het punt dat mij in dit opzicht het meest van al bijblijft is dat van een jongen, prille tiener, die na een terugkeergesprek na schorsing voor onbepaalde duur de toestemming vroeg aan de School Meeting om opnieuw deel te kunnen uitmaken van de schoolgemeenschap. De jongen nam vooraan plaats naast de Voorzitter en kon door alle deelnemers bevraagd worden over zijn motivatie om terug te keren. Al snel werd duidelijk uit de vage antwoorden die hij gaf dat hij niet echt tot inkeer was gekomen over zijn gedrag en al een hele tijd bezig was voortdurend als een aal tussen de mazen van het net door te glippen. Blijkbaar had hij een historiek van klachten over situaties waarin hij zonder ingrijpen toekeek op dingen die echt niet door de beugel konden en geen enkele blijk gaf van solidariteit of behulpzaamheid ten opzichte van medestudenten, met herhaaldelijke schorsingen als gevolg. De jongen bleef stoicijns en mompelde alleen maar wat als reactie op de indringende vragen van de vergadering. Mensen spraken harde maar eerlijke woorden, je voelde een sterke emotionele betrokkenheid in de lucht hangen. De sprekers probeerden de boodschap over te brengen: we geven het niet op met jou, we willen dat je er bent en dat je gedrag gaat stellen waaruit blijkt dat je het onderscheid tussen goed en kwaad kan maken en voor het eerste kiest, maar we zien dat je niet echt de klik hebt gemaakt en er resten je niet veel kansen meer. De jongen bleef er echter onaangedaan en zwijgend bijzitten en de vergadering besliste dat hij voorlopig niet kon terugkeren. Exit School Meeting en terug naar huis.
Als toeschouwer kom je dan tot de slotsom: dit is een verdomd moeilijke en strenge school. Niet omdat ze verwacht dat je je te pletter studeert en presteert, maar wel dat je naarmate je opgroeit laat zien dat je je ontwikkelt tot iemand die volwaardig lid kan zijn van een gemeenschap en blijk geeft van mededogen en verantwoordelijkheidszin. Sommigen hebben op dit vlak bijzonder zware lessen te leren, maar maken uiteindelijk een evolutie door in gunstige zin, anderen halen het niet en moeten uiteindelijk de school verlaten. Uit gesprekken in de wandelgangen blijkt telkens weer hoe vooral stafleden blijven hopen dat iemand zal bijdraaien, omdat hij of zij zo slim, of schrander, of getalenteerd of veelbelovend is. Er wordt hier geloofd in kinderen en jongeren, je belandt niet gauw in de categorie van outcasts waar in reguliere scholen op de duur een soort verveelde minachting over ontstaat. Anderzijds krijgen mensen hier ook niet eindeloos krediet, als het geduld van de gemeenschap op is, moet je onherroepelijk de school verlaten.
Vergadering 3: was een intakegesprek dat een staflid had met ouders en een meisje van 7 en waar ik bij mocht zijn. Zelf heb ik er in twee jaar tijd in het Leerhuis ook al heel wat gesprekken met ouders en kinderen opzitten, dus het was fijn om onze manier van werken te toetsen aan die in Sudbury Valley. Het staflid nam geen blad voor de mond en vertelde volkomen eerlijk waar het op stond: uw kind zal hier voornamelijk spelen, kan u daarmee om? Sommige kinderen lezen hier pas wanneer ze 10 zijn, ziet u dat zitten? Je kan hier elke dag snoep kopen, ok voor u? Er zijn computers en de tijd dat uw dochter er gebruik van maakt zal niet beperkt worden, bent u zich daarvan bewust? Nieuw voor mij is dat er gepeild wordt naar de mate waarin de omgeving van het gezin ondersteunend zal zijn in hun keuze. Is er tegenstand van grootouders, andere familie? Sudbury-onderwijs kiezen voor je kinderen is een stap die je kwetsbaar maakt voor de afkeuring en kritiek van velen, dat ondervind ik zelf ook aan den lijve, dus het is goed als je vooraf probeert in te schatten hoe sterk dat zal wegen en of je ertegen kan. Deze ouders blijken absoluut voorbeeldig: ze staan volledig achter het schoolconcept en geven geen krimp onder de prikkelende vragen van het staflid. Na afloop vertelt ze mij dat dit uitzonderlijk is: de meeste ouders komen met een eerder vaag idee van waar de school voor staat op gesprek, velen worden aangetrokken door het feit dat Sudbury Valley 1 van de goedkoopste prive-scholen is die je kan vinden. Tja, dan ziet de situatie in ons land, waar prive-scholen zowat onbestaande zijn en betalen voor onderwijs bijna onfatsoenlijk wordt gevonden, er heel anders uit.
Zo, na al dat vergaderen, luisteren, observeren - en ook nog een ellenlange blog schrijven - heb ik er een dag hard werken opzitten. Meer dan ooit besluit ik echter dat dit het werk is dat ik liefst nog heel lang wil doen.
Vergadering 1 was het obligate Juridisch Comite. Dat begint stilaan te wennen, behalve dan de voedingswaren die er elke dag worden binnengebracht: na de paaskuikentjes van suiker van gisteren waren het vandaag warme kaassandwiches met augurken em chips erbij die de 'Music Corporation' verkocht om geld in te zamelen. In de school zijn allerlei Corporations actief, dit zijn groepen van studenten en stafleden die eenzelfde interesse delen, regels opstellen over het gebruik van materiaal en ruimtes die verbonden zijn aan die interesse en geld inzamelen of aan de School Meeting vragen om nieuw materiaal te kopen en activiteiten te organiseren. De Music Corporation doet elke week aan fundraising, muziekinstrumenten kosten handenvol geld en de school heeft op dit vlak faciliteiten om u tegen te zeggen: een kleine opnamestudio en een repetitieruimte die volledig geluiddicht zijn gemaakt, een groot drumstel, elektrische en akoestische gitaren, kleinere percussie-instrumenten enz. Dit is het mekka van een aantal door muziek gebeten tieners en ook jongere kinderen en een staflid. Ze schrijven zelf liedjes, maken opnames en geven af en toe optredens voor de school en de ouders.
Vergadering 2: de School Meeting, die vandaag door een 40-tal studenten en stafleden werd bijgewoond. Na de uitzonderlijke Meeting eerder op de week keek ik uit naar het vervolg van de diefstalaffaire. Zou er besloten worden dat bij een nieuw geval van diefstal van een bijzonder waardevol voorwerp het mogelijk zou zijn dat een Comite van studenten en stafleden de persoonlijke bezittingen van leden van de schoolgemeenschap zou kunnen doorzoeken om de zaak zo snel mogelijk op te lossen zonder tussenkomst van de politie? Ik verwachtte dat er een grote opkomst zou zijn voor dit punt en dat het een flinke discussie zou vergen voor het tot stemming zou komen. Verrassend genoeg bleek dat niet het geval. De vergadering liep al op haar eind toen het punt behandeld werd, het aantal deelnemers was flink uitgedund ten opzichte van het begin en het punt werd zonder dat er nog veel nieuwe argumenten aangebracht werden, goedgekeurd. Iedereen leek zich erbij neer te leggen dat enige persoonlijke vrijheid opgeven en in een uitzonderlijk geval door een medestudent of staflid gefouilleerd worden ruimschoots te verkiezen is boven een politie-interventie op school.
Waar kroop dan wel alle tijd in van deze 2 en een half uur durende bijeenkomst? Tot mijn verrassing werd het grootste deel opgesoupeerd door het wekelijkse verslag van het Juridisch Comite en zaken die ermee samenhingen. Ik kwam tot de vaststelling dat dit geenszins een formaliteit is. Zoals ik gisteren al aangaf kan de Schoolbijeenkomst beslissingen van het Comite in vraag stellen en dat gebeurde ook effectief. Een staflid vond dat het ongehoord was dat de jongen die een meisje herhaaldelijk met grove seksistische opmerkingen lastiggevallen had - een zaak die ik gisteren vermeldde - er zo licht vanaf kwam. Na heel wat discussie draaide het erop uit dat de jongen voor onbepaalde tijd geschorst werd. Schorsing - voor een dag, enkele dagen, onbepaalde tijd, soms zelfs tot het einde van het schooljaar - is in Sudbury-scholen een veel gebruikte manier om een lid van de schoolgemeenschap duidelijk te maken: 'dit is een brug te ver, als je je op deze manier gedraagt, kan je geen deel uitmaken van de gemeenschap, maak gebruik van de tijd die we je opleggen om na te denken of je echt voor deze school kiest en kom ons dan vertellen hoe je het denkt aan te pakken'. Voor een geschorste student kan terugkomen is er een gesprek met ouders en student nodig, dat wordt geleid door een staflid en een oudere student. Bovendien moet de student in sommige gevallen ook zijn of haar terugkeer bepleiten bij de School Meeting.
Wat mij in deze vergadering trof is de enorme zorg en betrokkenheid om zowel het welzijn en voortbestaan van de gemeenschap als het welzijn en de ontwikkeling van de student. De opmerkingen die mensen hadden over de door het JC opgelegde sancties leken totaal niet ingegeven door de behoefte om iemand zwaar te straffen of door een soort wraakzucht, wel door de bekommernis dat de school een veilige en aangename plek zou blijven en de student in kwestie zou leren wat aanvaardbaar gedrag is in een gemeenschap. Dit bleek uit allerlei dingen: wanneer een sanctie te licht werd bevonden, deden telkens verschillende mensen een voorstel voor een alternatief en omkleedden dat zorgvuldig met argumenten; er werd ernstig nagedacht over wie de beste keuze zou zijn uit de stafleden en de studenten om het terugkeergesprek na schorsing te leiden. Voor de grofgebekte student werd het bijvoorbeeld belangrijk gevonden dat er een oudere studente bij dit gesprek zou zijn.
Het punt dat mij in dit opzicht het meest van al bijblijft is dat van een jongen, prille tiener, die na een terugkeergesprek na schorsing voor onbepaalde duur de toestemming vroeg aan de School Meeting om opnieuw deel te kunnen uitmaken van de schoolgemeenschap. De jongen nam vooraan plaats naast de Voorzitter en kon door alle deelnemers bevraagd worden over zijn motivatie om terug te keren. Al snel werd duidelijk uit de vage antwoorden die hij gaf dat hij niet echt tot inkeer was gekomen over zijn gedrag en al een hele tijd bezig was voortdurend als een aal tussen de mazen van het net door te glippen. Blijkbaar had hij een historiek van klachten over situaties waarin hij zonder ingrijpen toekeek op dingen die echt niet door de beugel konden en geen enkele blijk gaf van solidariteit of behulpzaamheid ten opzichte van medestudenten, met herhaaldelijke schorsingen als gevolg. De jongen bleef stoicijns en mompelde alleen maar wat als reactie op de indringende vragen van de vergadering. Mensen spraken harde maar eerlijke woorden, je voelde een sterke emotionele betrokkenheid in de lucht hangen. De sprekers probeerden de boodschap over te brengen: we geven het niet op met jou, we willen dat je er bent en dat je gedrag gaat stellen waaruit blijkt dat je het onderscheid tussen goed en kwaad kan maken en voor het eerste kiest, maar we zien dat je niet echt de klik hebt gemaakt en er resten je niet veel kansen meer. De jongen bleef er echter onaangedaan en zwijgend bijzitten en de vergadering besliste dat hij voorlopig niet kon terugkeren. Exit School Meeting en terug naar huis.
Als toeschouwer kom je dan tot de slotsom: dit is een verdomd moeilijke en strenge school. Niet omdat ze verwacht dat je je te pletter studeert en presteert, maar wel dat je naarmate je opgroeit laat zien dat je je ontwikkelt tot iemand die volwaardig lid kan zijn van een gemeenschap en blijk geeft van mededogen en verantwoordelijkheidszin. Sommigen hebben op dit vlak bijzonder zware lessen te leren, maar maken uiteindelijk een evolutie door in gunstige zin, anderen halen het niet en moeten uiteindelijk de school verlaten. Uit gesprekken in de wandelgangen blijkt telkens weer hoe vooral stafleden blijven hopen dat iemand zal bijdraaien, omdat hij of zij zo slim, of schrander, of getalenteerd of veelbelovend is. Er wordt hier geloofd in kinderen en jongeren, je belandt niet gauw in de categorie van outcasts waar in reguliere scholen op de duur een soort verveelde minachting over ontstaat. Anderzijds krijgen mensen hier ook niet eindeloos krediet, als het geduld van de gemeenschap op is, moet je onherroepelijk de school verlaten.
Vergadering 3: was een intakegesprek dat een staflid had met ouders en een meisje van 7 en waar ik bij mocht zijn. Zelf heb ik er in twee jaar tijd in het Leerhuis ook al heel wat gesprekken met ouders en kinderen opzitten, dus het was fijn om onze manier van werken te toetsen aan die in Sudbury Valley. Het staflid nam geen blad voor de mond en vertelde volkomen eerlijk waar het op stond: uw kind zal hier voornamelijk spelen, kan u daarmee om? Sommige kinderen lezen hier pas wanneer ze 10 zijn, ziet u dat zitten? Je kan hier elke dag snoep kopen, ok voor u? Er zijn computers en de tijd dat uw dochter er gebruik van maakt zal niet beperkt worden, bent u zich daarvan bewust? Nieuw voor mij is dat er gepeild wordt naar de mate waarin de omgeving van het gezin ondersteunend zal zijn in hun keuze. Is er tegenstand van grootouders, andere familie? Sudbury-onderwijs kiezen voor je kinderen is een stap die je kwetsbaar maakt voor de afkeuring en kritiek van velen, dat ondervind ik zelf ook aan den lijve, dus het is goed als je vooraf probeert in te schatten hoe sterk dat zal wegen en of je ertegen kan. Deze ouders blijken absoluut voorbeeldig: ze staan volledig achter het schoolconcept en geven geen krimp onder de prikkelende vragen van het staflid. Na afloop vertelt ze mij dat dit uitzonderlijk is: de meeste ouders komen met een eerder vaag idee van waar de school voor staat op gesprek, velen worden aangetrokken door het feit dat Sudbury Valley 1 van de goedkoopste prive-scholen is die je kan vinden. Tja, dan ziet de situatie in ons land, waar prive-scholen zowat onbestaande zijn en betalen voor onderwijs bijna onfatsoenlijk wordt gevonden, er heel anders uit.
Zo, na al dat vergaderen, luisteren, observeren - en ook nog een ellenlange blog schrijven - heb ik er een dag hard werken opzitten. Meer dan ooit besluit ik echter dat dit het werk is dat ik liefst nog heel lang wil doen.
Abonneren op:
Posts (Atom)